AI-trainingen voor organisaties

Onder de motorkap van AI

Een dagdeel waarin deelnemers begrijpen hoe taalmodellen werken, en waarom ze soms fouten maken.

Jochem staat voor het projectiescherm en wijst naar de transformer-slide met attention, MLP en softmax.

Tips verouderen bij elk nieuw model. Begrip blijft.

Daarom bouwen we samen een taalmodel na, van embeddings tot attention, met beeld in plaats van formules.

Na afloop kan de deelnemer …

Zo verloopt de sessie

  1. 1Het taalmodel2 uur · 70 % uitleg
  2. 2Slimme assistent1 uur · 50 % uitleg
  3. 3Praktisch1 uur · 50 % uitleg

Samen een taalmodel nabouwen

1Het taalmodel

Een taalmodel voorspelt het volgende woord, met drie vaardigheden die op die van ons lijken: associaties, relaties en feitjes.

  1. lerengrote kans
  2. werkenredelijke kans
  3. wonenkleine kans
  4. lopenheel kleine kans

Meestal leren, soms niet.

Het taalmodel · een zwarte doos De prompt gaat erin, het volgende woord komt eruit. Wat daartussen gebeurt, zie je niet.

Vereenvoudigd beeld. De getallen en kansen zijn een illustratie.

Zo voorspelt een taalmodel het volgende woord bij de prompt ‘Dit is een top plek om te …’:
  1. Het taalmodel. De prompt gaat erin, het volgende woord komt eruit: leren. Wat daartussen gebeurt, zie je niet.
  2. Associaties (embeddings). De doos gaat open. Elk woord wordt een rij getallen. Wat op elkaar lijkt, ligt dicht bij elkaar: top bij super en geweldig, plek bij plaats en locatie.
  3. Relaties (attention). Elk woord kijkt naar de woorden ervóór. ‘te’ let het meest op ‘om’ en ‘plek’, en wat minder op ‘top’.
  4. Feitjes (MLP). Elke rij getallen krijgt dezelfde vaste vragen. Gaat het om een fijne plek om iets te doen? Ja, dus komt er kennis bij: leren, werken.
  5. Laag na laag (N keer). Relaties en feitjes wisselen elkaar af. Een echt model doet dat tientallen keren.
  6. Kiezen (softmax). Van de laatste rij getallen maakt het model kansen: leren heeft een grote kans, werken een redelijke, wonen een kleine en lopen een heel kleine. De temperatuur bepaalt hoe gewaagd het kiest. Hier wordt het leren.

2Slimme assistent

Van tekst afmaken naar een assistent.

  1. PretrainenBij miljarden zinnen het volgende woord raden en na elke fout bijstellen.
  2. Instruction fine-tuningTrainen op voorbeeldgesprekken: om de beurt praten, helpen en stoppen.
  3. ToolsHulpmiddelen aanroepen, zoals een rekenmachine. Dat maakt van een chatbot een agent.
  4. Reinforcement learningBelonen wat beter is. Zo leert een model ook eerst na te denken.

3Praktisch

Wat betekent dit voor hoe je AI gebruikt?

Hallucinatie
Waarom een taalmodel soms vol overtuiging iets verzint.
Context
Hoe de informatie die je meegeeft het antwoord stuurt.
Bias
Hoe scheefheid in de trainingsdata doorwerkt in de antwoorden.
Veiligheid
Waar je vraag naartoe gaat en wat de aanbieder ermee mag.
Denkstappen
Waarom een model beter antwoordt als het eerst stap voor stap denkt.
Agents
Wat een taalmodel met tools zelfstandig kan, en wat nog niet.

Andere trainingen

Zie je dit zitten?

Dan plannen we een gesprek. We horen waar jullie staan en kiezen wat past: één training, een reeks of een sessie op maat.

Plan een gesprek in